Schildercursus: Schilder een gedicht

Bij de achtste schilderles kregen we een wat vrijere opdracht dan de vorige lessen. Bij de eerste zeven lessen was het telkens de bedoeling om iets te maken in de stijl van een bepaalde kunstenaar. Deze keer kregen we een gedicht van Lucebert aangereikt.

“Klee”

in het verheugde venster geuren de gekleurde vruchten van de dingen

in rust geuren de huid het hart geuren de ogen en mond

het hart kust zijn venster

de huid ontsluit zich

de ogen kijken naar buiten

waar de mond wuift naar boven

overal bloeien de mensen wuivende bloemen geurige huizen

zij evenaren de aarde

zij vliegen in ronde en gebogen vruchten door het hoge hoofd van de lucht

zuchten als de huiverende watervallen zij zingen

in spiegelgladde cirkels

zo ontwiklen zij de wereld:

de brandende draad van de geurende aarde loopt langs het gekleurde raam van de mensen

Hoewel we ook zelf een gedicht mochten uitzoeken, vond ik in dit gedicht voldoende aanknopingspunten om een eigen schilderij uit te kunnen creëren. In feite riep elke dichtregel zijn eigen beeld op.

Bloeiende mensen wuivendeIk dacht aan een vaas met ogen, monden en neuzen op steeltjes. En aan appels, bananen en mandarijnen met mensjes erin, vliegend boven de huizen. En aan een lavastroom.

Uiteindelijk koos ik voor de woorden: “bloeien de mensen wuivende”, waarvan ik “bloeiende mensen wuivende” maakte.

De titel van het gedicht, Klee, werd ons overigens pas na afloop van de les onthuld.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *